Ons vakantiehuis is gelegen middenin de Belgische Ardennen in het kleinste stadje ter wereld.
Durbuy bevindt zich in de provincie Luxemburg, een 120 km van Brussel, in het hart van de
driehoek 'Luik-Namen-Marche'. Autosnelwegen en secundaire wegen leiden u er zonder problemen
naartoe. De trein, het symbool van modernisme, komt niet tot in Durbuy, maar houdt halt in
Barvaux.
Je kan ons vinden in rue Des Crêtes 42 te 6940 Durbuy op de splitsing met de
rue Saint Amour, op wandelafstand van het centrum van Durbuy en op minder dan 1 km van
een subtropisch zwembad.
Het gejaagde leven, de snelheid en de vervuiling dringen niet door de oude muren van de
stad en maskeren ook het kabbelen van het water niet.
Aan de Ourthe gelegen vormt Durbuy het pittoreske hart van de Ardennen. De Ourthe is een
bevoorrecht rendez-vous plaats voor liefhebbers van de natuur.
Durbuy, omsloten door een prachtige natuur, doorspekt van rivieren en bossen, is het ideale
toevluchtsoord geworden voor zij die dromen van rust, recreatie en ontspanning.
Houdt u van rust, van een actieve vakantie, of wilt u zichzelf eens culinair verwennen?
Durbuy biedt alle mogelijkheden. Ver van de drukte van de grootsteden ontvouwt het platteland
zich als een borduurwerk van vruchtbare velden, welvarende hoeves en kleine ongedwongen wegen.
Durbuy ontdekken is een beetje terugkeren naar het verleden. Het lijkt wel alsof de
allerkleinste stad ter wereld zich als een prentenboek openstelt voor bezoekers, die het zonder
haast doorbladeren. Durbuy is immers een belangrijk centrum van vredigheid, harmonie en
eeuwenoude tradities.
Geschiedenis
In 1193 vindt men reeds de naam Durboium, afkomstig van het keltisch "dur",
dat eik of bos betekent, en van "bu" of "bou", een Keltisch woord voor "vochtig". Durbuy zou dus een
woning aanduiden, gebouwd op het water, in het midden van het bos. Natuurlijk werden nog andere
hypothesen naar voren gebracht
Durbuy zou van Durbian komen, een volk dat met een Romeinse koning, Gallië was
binnengevallen.
Durbuy zou aanvankelijk afgeleid zijn van "tribuut", dat door taalbederf "Durbutum" zou geworden
zijn, want de kooplieden die er vroeger doortrokken moesten een "tribuut" betalen aan de meesters
van de vesting.
Durbuy zou afgeleid zijn van "durbure". "Bure" duidt een versterkte woning aan.
De oorsprong van Durbuy zal ongetwijfeld geheimzinnig blijven. Zoals de meeste steden van
Luxemburg, is Durbuy de geschiedenis ingegaan samen met haar feodaal kasteel in de 11de eeuw.
Toch vermoedt men dat de eerste burcht werd opgetrokken in 889, tijdens de periode van de grote
invasies. Een eeuw later werd ze verwoest. Henri I van Namen, graaf van Durbuy liet de burcht
heropbouwen in de 11de eeuw. Gedurende de 12de en 13de eeuw behoorde Durbuy aan de graven van
Luxemburg die het al snel opnamen in het defensiesysteem van het graafschap Luxemburg. Gérard de
Luxemburg en na hem Jean l'Aveugle, graaf de Luxemburg en koning van Bohemen, maken er een
versterkte stad van. De stad verzekert haar eigen veiligheid dankzij haar burcht en de natuurlijke
aanwezigheid van water. In 1331 omringt Durbuy de stad met vestingmuren waar vandaag niet van
overblijft. in datzelfde jaar wordt Durbuy door Jean de Bohême tot stad verheven. Ze verliest haar
titel van graafschap maar blijft niettemin een "hoge heerlijkheid" met de vier hoven of banaten
van Barvaux, Wéris, Grandménil en La Sarte, evenals met 18 feodale en grondheerlijkheden.
De "seigneur hautain" vertegenwoordigt de keizerlijke macht en moet bijgevolg instaan voor de
rechtspraak, de orde en de politie.
In 1411 werd Durbuy een verpande heerlijkheid: het beleid van het territorium en van zijn
inkomens werd tegen een hoge prijs afgestaan. Zowel Keizer Karel al Maria van Hongarije
waardeerden deze heerlijkheid die enerzijds rendabel was en anderzijds met haar burcht kon
instaan voor de verdediging van het gebied. De voornaamste rijkdom van het land van Durbuy was
het bos: het beboste gebied besloeg 9.000 ha waarvan er 3.160 aan de heer toebehoorden (de rest
behoorde aan de landheren, aan de gemeenschap met de plaatselijke weidegronden en aan particulieren).
Het bos werd achtereenvolgens eigendom van de families de Mors, de Schoonvorst, de Virneburg, de
La Marck (met de beruchte Sanglier des Ardennes, of het wild zijn van de Ardennen) en
d'Oostfrize.
In de 17de eeuw ontsloegen de aartshertogen Albrecht en Isabelle het land van Durbuy van zijn
verplichtingen en vertrouwden het beheer toe aan Nicolas de Blier. Het werd een rampzalige eeuw:
stilaan verdween de metaalnijverheid en de streek maakte een periode van schrijnende economische
achteruitgang mee. Vooral de jaren 1630 werden voor Durbuy fataal want door de oorlogen (eerst
die van de Hollanders, dan die van de Fransen) en de pest in 1636 verloor de stad 2/3 van haar
huisgezinnen. De Fransen vielen de streek binnen in 1673, ze verbrandden enkele huizen en
vernielden de vestigmuren en de torens van het kasteel.
In 1689 werd, op bevel van Lodewijk XIV, wat van het kasteel overbleef, met de grond gelijk
gemaakt. Tussen 1675 en 1731 was het kasteel bijgevolg onbewoonbaar. In 1726 nam de familie
d'Ursel het pand over en werd vanaf 1756 eigenaar van het heropgebouwde kasteel.
Gedurende de laatste decennia heeft Durbuy zich zonder aarzeling naar het toerisme gekeerd. Een
evidentie aangezien het Stadje heel wat charmes bezit: smalle, schilderachtige straatjes, goed
bewaarde 18de-eeuwse panden, gastronomische specialiteiten en diverse manifestaties.
Tot in 1977, het jaar van de fusies, was Durbuy bekend als het kleinste stadje van België.